Juridisch kader

De inzet van testkopers onder de 18 is juridisch toegestaan als wordt voldaan aan het Tallon-criterium en de Alcoholwet.

Belangrijke uitgangspunten

Leeftijdsgrens: de Alcoholwet

Grondslag leeftijdsgrens
Op grond van artikel 20, lid 1 van de Alcoholwet is het verboden om bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Alcoholverstrekkers moeten vaststellen of iemand, die alcoholhoudende drank wil kopen, 18 jaar of ouder is. De vaststelling houdt in dat de alcoholverstrekker aan iedereen die niet onmiskenbaar 18 jaar oud is, moet vragen naar zijn of haar identiteitsbewijs. De burgemeester kan een bestuurlijke boete opleggen indien artikel 20 van de Alcoholwet wordt overtreden. De gemeente stelt in dit werkproces vast hoe zij de handhaving op artikel 20 van de Alcoholwet vormgeeft. Onder testkopers wordt verstaan: jongeren die jonger dan 18 jaar oud zijn, en die door middel van uiterlijke kenmerken niet onmiskenbaar de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt.

Grondslag inzet testkopers
Artikel 45, lid 1, van de Alcoholwet stelt het volgende: Het is personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, verboden op voor publiek toegankelijke plaatsen alcoholhoudende drank aanwezig te hebben of voor consumptie gereed te hebben, met uitzondering van plaatsen waar bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank voor gebruik elders dan ter plaatse wordt verstrekt.

Artikel 45, lid 2, onder b van de Alcoholwet stelt: Het eerste lid is niet van toepassing op:
Personen van 16 of 17 jaar die handelen in opdracht van een toezichthouder als bedoeld in artikel 41.

Door het opnemen van artikel 45, lid 2, onder b in de Alcoholwet kan door gemeenten rechtmatig gewerkt worden met de inzet van minderjarige “testkopers” zonder dat artikel 45, lid 1, van de Alcoholwet door deze minderjarige testkoper wordt overtreden.

Taak gemeente
Artikel 41, lid 1 onder b van de Alcoholwet stelt dat met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachten deze wet (Alcoholwet) in een gemeente zijn belast: de door de burgemeester van die gemeente aangewezen ambtenaren.

Inzet en eisen toezichthouders

Artikel 3.2, lid 2 van de Alcoholregeling stelt dat de ambtenaren, aangewezen door de burgemeester krachtens artikel 41, eerste lid, onder b, van de wet, zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de bepalingen, genoemd in artikel 44a van de wet, en met het toezicht op de naleving van de artikelen 25e en 25f van de wet.

Artikel 3.3 van de Alcoholregeling stelt:

De ambtenaren, bedoeld in artikel 3.2, tweede lid:

  • a.hebben met goed gevolg het examen toezichthouder Alcoholwet afgelegd dat voldoet aan de eisen zoals vastgesteld door de examencommissie Drank- en Horecawet van de Stichting Exameninstelling Toezicht en Handhaving, gevestigd te Amersfoort; en

  • b.beschikken over een aanwijzing door de Minister van Justitie en Veiligheid als buitengewoon opsporingsambtenaar op grond van artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering.

Geen uitlokking, neutraal testgedrag

Tijdens de controle is het de jongere die de aankooppoging doet, aan de bar waar mogelijk, waarbij de Boa/toezichthouder op afstand blijft en waarneemt. Bij het doen van de aankoop gedraagt de mysteryshopper zich niet anders dan normaal, als om een ID-Bewijs wordt gevraagd wordt dit getoond en er zal niet op verkoop van alcohol worden aangedrongen (dit is het beoogd resultaat). Als alcohol wordt verstrekt zal de jongere dit in ontvangst nemen en de betaling doen.

Controle vindt plaats door een jongere, de mysteryshopper, welke minderjarig is, en een Boa/toezichthouder (jong maar wel meerderjarig en als toezichthouder aangewezen voor onze gemeente). Voorafgaand aan de controle is de jongere door de Boa beoordeeld op leeftijd door middel van de klug-methode (kleding, lichaamstaal, uiterlijk en gedrag) en is de uitstraling van de jongere beoordeeld om te garanderen dat hij/zij tijdens de uitvoering normale/doorsnee kleding draagt (bv. Jeans en trui/t-shirt) en geen opvallende/overmatige make-up (meisjes) op heeft of overmatige baardgroei (jongens) heeft. Uitdrukkelijk wordt niet beoogd de horecamedewerker te misleiden.

Nog meer manieren waarop we je kunnen helpen

Voor gemeenten

Resultaten & effect

Neem contact op